Een carriere als detective

Even twee dingen:
1. Je wordt nooit zoals Philip Marlowe.
2. Als je er zélf al niet in gelooft, wie dan wél?

De eerste veertien jaar van mijn leven wilde ik detective worden. Voor die stille ambitie zijn een paar mensen verantwoordelijk. Alhoewel, kun je Suske en Wiske wel mensen noemen? OK, maar Kuifje dan ook niet. Hercule Poirot, ja dat was een échte detective. Briljant, maar niet stoer. Dat gold ook voor Colombo: wel grappig, maar iets te sullig. Ik dacht meer aan iemand als The Saint. Dat echtpaar van die leuke BBC-serie, Tommy & Tuppence, die vond ik ook erg leuk, maar die kon ik niet in mijn eentje spelen. Mike Hammer viel ook af, want die had een snor. Eén van de weinigen, die als rolmodel overeind bleef was Kalle Blomqvist.

Mijn beeld van het gemiddelde detective-leventje kreeg een flinke makeover toen ik Philip Marlowe en Mike Hammer op tv zag. Daar hoorden klassieke auto’s bij, ongefilterde sigaretten, lage mannenstemmen, stoere oneliners, pistoolschoten, weinig daglicht en mooie jazz met zwelgende saxofoons. De romantiek!

LIFESTYLE

De hele dag detective zijn, dat leek me geweldig. Een portemonnee met een paar geheime vakken, een sleutelbos met een onherkenbaar wapen eraan (iets met een gifpijltje erin), een notitieblokje met aantekeningen die niemand kon ontcijferen, een telefoonboekje met de nummers van forensische onderzoekers erin die je midden in de nacht kon bellen, en van sluipschutters en andere obscure mannetjes die altijd voor je klaar stonden — en nooit vragen zouden stellen. Een auto met codes, gekke bliepjes en panelen die eruit sprongen met computers erin of een zwemvest. Geblindeerde ramen, niet te vergeten. En natuurlijk een gadget waarmee je heel snel iets op microfilm kon schieten (had ik wel eens gezien in een James Bond film).

Let wel, dit was nog het tijdperk zonder mobiele telefoons, zonder Internet, zonder een Psion of location based services. Anno 2013 kun je niemand meer met goed fatsoen bedonderen zonder dat het op Internet staat. Zo is er natuurlijk geen bál aan om detective te worden. Maar goed, dat wist ik toen allemaal nog niet.

Het was 1982, ik mat mezelf de levensstijl aan van een detective en vond het wel wat. Alles zoveel mogelijk alleen doen. Een beetje geheimzinnig doen. Me hullen in vreemde, mystieke zinnen. Niemand in vertrouwen nemen. Alsmaar dingen onderzoeken. Altijd onderweg, op mijn hoede. Nooit iets voor lief nemen. Overal iets achter zoeken.

En dan natuurlijk een opdracht, om iemand te schaduwen. Of iets te uit zoeken. Ach, wát ik dan precies moest doen, dat deed er eigenlijk niet zoveel toe.

HETERDAAD

Op een middag, ik zat nog niet zo lang op het gymnasium, doolde ik wat rond op de gangen in het schoolgebouw. Die waren op dat moment uitgestorven.

In een afgelegen lokaal zag ik een oude man. Hij zat geld te tellen.

Dat was verdacht.

Had ik hem nu op heterdaad betrapt? Het zweet brak me uit. Gelukkig had hij mij niet gezien. Ik dook weg, zocht mijn aantekeningenboekje (lag nog thuis), keek rond en bedacht wat ik moest doen. Nú moest ik mijn verantwoordelijkheid nemen als detective. Nú kwam het erop aan.

Maar ik maakte dat ik wegkwam. Dat zou Philip Marlowe toch nooit doen?

De dag erna — het voorval was ik allang weer vergeten — liep ik in de pauze de schoolkantine binnen. Hey, dacht ik, deze kantine lijkt verdacht veel op het lokaal waar ik gisteren die ene man zag. Ik sloot netjes aan in de rij, en bestelde een kop thee. Bij de kassa zag ik de man. Natuurlijk: geld tellen hoorde gewoon bij zijn werk. Mijn hart bonkte in mijn keel, alsof hij doorhad dat ik hem gisteren gezien had.

Ik betaalde, liep door en wist zeker: ik wil helemaal geen detective worden.

tom beek (c) hans reitzema

Tom Beek is saxofonist, schrijver, webdesigner en fotograaf. Regelmatig te vinden op Twitter en Instagram. Gek op jazz en koffie. Ruikt aan boeken.

Plaats een reactie