Waarom de Panasonic LX15 mijn favoriete camera is (voorlopig)

‘Héél even jongens!’ hoor ik mezelf zeggen. Mijn gezin staan al tien minuten op mij te wachten. Ik lig op de grond. Om een foto te maken van een naaktslak. Ik heb met hen te doen. Na muziek, schrijven en computers is het papa’s zoveelste uit de hand gelopen hobby: fotografie. De vijftien jaar daarvoor was ik alsmaar bezig met het zoeken naar het perfecte gereedschap: de camera. Sinds ik de Panasonic (Lumix) LX15 op zak heb, is die zoektocht enigszins tot rust gekomen. Conclusie: dingen veranderen en ikzelf ook. Daarover gaat dit blog.

Minolta XD7 Nikon D80 Panasonic Lumix LX15 iPhone SE 2017

Zoomen met je benen

Het is een cliché: de eeuwigdurende zoektocht naar het ultieme gereedschap. Wat wil je ook, met zo’n verslavend aanbod these days? Hoe goed je gadget ook is, er is altijd een betere, een snellere of eentje met een nóg hogere resolutie. Toch zie ik het als een ontdekkingsreis. Door veel te proberen en te zoeken heb ik juist zoveel geleerd. Hebben is leuk, maar het doen, daar gaat het om. En hoe beter je erin wordt, hoe leuker het is.

Mijn ontdekkingsreis begon ongeveer in 2004 met de Nokia 6600, de eerste smartphone waar je überhaupt foto’s mee kon maken. De kwaliteit was natuurlijk om te huilen, maar dat maakte niet uit. Na een tijdje kocht ik een Sony reiscamera, niet veel bijzonders. Later een Panasonic Lumix DMC-FZ8, die was me te digitaal. Veel verder dan wat kiekjes kwam ik niet. Meteen ontstond een soort frustratie, die niet meer zou ophouden. Alles voor de perfecte foto. Aan die tijd heb ik wel een paar mooie souvenirs over gehouden. En veel belangrijker nog: plezier in fotograferen. Pas toen ik in 2007 een Nikon D40 kocht, kwam ik op stoom. Mijn eerste spiegelreflexcamera. Eindelijk beeld met diepte!

Door de automatische stand én de flits uit te zetten, en door aan alle wieltjes te draaien, leerde ik nóg meer. Ik ruilde mijn D40 voor een D80, met veel knoppen! Het ‘echte’ fotograferen kon beginnen! Licht, diafragma, sluitertijd, scherpte, perspectief. Herhalen. Eén van mijn eerste ontdekkingen was de kwaliteit van de lens — en hoe belangrijk die is. ‘Weg met de zoomlens!’, was het advies van @ikbendaf. ‘Gebruik een 50mm lens.’ Sindsdien zoom ik met mijn benen. Dat heeft de hele manier waarop ik foto’s maak volledig veranderd.

Nikon d80 50mm f/1.8
Nikon D80 met 50mm ƒ1.8

Systeemcamera

Daardoor nog meer aangemoedigd kocht ik in 2011 een Fuji x100, zo’n prachtige (en peperdure) retro-systeemcamera. Voor de kenners: ja precies, dat eerste model met alle kinderziektes. Met een vaste lens (23mm). Wat mijn idool Henri Cartier-Bresson ook had, maar dan betaalbaarder. De Fuji had geweldige kleuren, was gemakkelijk mee te nemen en de kwaliteit van de foto’s vond ik verbluffend. Nu kon het alleen nog maar aan mij liggen. Van Else Kramer leerde ik foto’s bewerken in Lightroom: witbalans, contrast. Alles in de goede volgorde. Foto’s bewerken doe ik nog steeds het liefst op mijn telefoon. Met iOS-apps zoals SnapSeed. Van mijn vrouw leerde ik kiezen. Om er geen zoekplaatje van te maken. Als-ie toch alleen maar afleidt, zet dan die lelijke prullenbak even uit beeld. En het werkte! Mijn foto’s werden beter. Duidelijker, sterker, rustiger.

Ik maakte meer foto’s dan ooit en begon met Instagram. Af en toe deed ik zelfs een opdracht. Het officiële teken dat fotografie een serieuze liefhebberij was geworden. Toch raakte ik gedemotiveerd door de veel te trage autofocus van de X100 en ik verkocht ‘m weer. Er kwam een grote Canon 5D mkI op mijn pad. Hoe mooi deze fullframe ook was, de kleuren waren flets, hij was traag en zo groot! Snel meenemen was nooit een optie. Mensen raakten geïntimideerd door zo’n toeter voor hun neus. Tijd voor iets draagbaars, een moderne camera weer je ook in scherptediepte mee kon filmen. Ik wist dat ze er waren. Dat leidde me naar de Sony a5100 met een vaste 35mm ƒ/1.8 lens. Geweldig apparaat. De kleinste systeemcamera met verwisselbare lenzen. Een variant op de Fuji maar dan goedkoper, veel scherper en supersnel.

Fuji x100 (2011)
Fuji X100 eerste generatie (2011)

Broekzak

Al die tijd – laten we dat vooral niet vergeten — had ik ook mijn iPhone. Vanaf de allereerste lichting, dus al zo’n zes generaties. De iPhone is bijzonder belangrijk geweest voor de fotografie. Op Flickr neemt de iPhone al jaren de plek in van de meest gebruikte camera. Bijna zonder dat we het doorhadden, was de iPhone het voorbeeld van wat er in zo’n vijftien jaar tijd allemaal kan veranderen. Foto’s maken, foto’s bewerken, foto’s delen. Het was nog nooit zo makkelijk, zo snel. Iedereen is fotograaf. Zou je denken. Is natuurlijk niet zo. Maar sinds de iPhone staat de hele fotografiewereld continu op zijn kop. ‘De beste camera is de camera die je bij je hebt‘ is een bekende spreuk uit de fotografie. Zó waar: wat heb je tenslotte aan een mooi moment als je je camera niet bij je hebt? De iPhone wint, want die heb je altijd bij je. Mijn Sony was helaas niet draagbaar genoeg en daardoor ook kwetsbaar.

smartphone iPhone fotografie
De iPhone heb je altijd op zak

Enigszins vermoeid door het zoveelste kruispunt op mijn pad, kocht ik in december de Panasonic LX15 (Lumix) zonder al te hoge verwachtingen. Deze premium compact lag niet lekker in de hand, kreeg geen hemelbestormende reviews en had verder een vrij sexloos uiterlijk. Belangrijkste redenen om het wél te doen: supergoede lens (max ƒ/1.4) en DRAAGBAAR. Het ding kan altijd mee in een broek- of jaszak. Verder gewoon een moderne, snelle camera met WiFi. Hup, zei ik tegen mezelf, foto’s maken en niet meer zeuren. Aan de spullen ligt het niet. Je hebt nu alles gehad. Een goede zet!

Specs

Sensor? Heel belangrijk. De LX15 heeft slechts een 1″ sensor. Dat is een compromis. Tegenwoordig is een APS-C sensor heel betaalbaar. Behalve als je van plan bent om regelmatig A0 posters te laten printen, zou ik me niet teveel zorgen maken over de sensor. Maak je eerder druk over het kwaliteitsverlies dat er optreedt wanneer je je foto’s ergens uploadt.

Pixels? Tuurlijk, heel belangrijk. Welke camera heeft er nog weinig pixels? Ja de LX100. Maar de kwaliteit van de sensor is nog altijd belangrijker. Want ook al zijn het er misschien geen 45 miljoen, laten het dan goede pixels zijn.

Scherm? Zo’n uitklapbaar scherm is handig. Maar soms ook niet. Een zoeker is fijn, maar die neemt ook ruimte in. En dat gaat weer ten koste van de draagbaarheid — één van mijn zwaarst wegende eisen. Vloggen doe ik niet. De zoeker van de Fuji is overigens onovertroffen!

Video? Daarin word je door de LX15 voortreffelijk bediend. Met superscherpe 4K en die prachtige lichtsterke lens. Opnametijd is dan wel beperkt. Ook moet je rekening houden met een crop zodra je gaat filmen.

Macro? De LX15 fotografeert al vanaf ongeveer 1 cm, dat is dichterbij dan de concurrenten (de Sony’s, de Canon g7xii). Bokeh is prachtig. De lens is zo lichtsterk dat je ‘m moet afremmen.

Menu’s Eén van de nadelen van de Sony vond ik het eindeloos digitaal scrollen door menu’s. Dat is bij de Panasonic ook. Maar die heeft veel Fn knoppen, die je zelf kunt toewijzen. Als je er handig mee bent, werkt het prima en snel. En ik vond de menu’s van de Panasonic logischer opgebouwd. Kwestie van voorkeur.

En nu ben ik blij. Al een half jaar — dat is voor mijn doen heel lang.

Wordt vervolgd.

Panasonic Lumix LX15
Panasonic Lumix LX15 (LX10)
tom beek (c) hans reitzema

Tom Beek is saxofonist, schrijver, webdesigner en fotograaf. Regelmatig te vinden op Twitter en Instagram. Gek op jazz en koffie. Ruikt aan boeken.

Plaats een reactie