Heel even

Heb je even? Ik wil graag iets met je delen. Heel eventjes maar hoor.

Wacht even! Er komt even iets tussendoor. Ik bel je zo even terug. Even iets regelen. Ja jongens, papa is even aan het werk. Zo klaar hoor, het duurt maar even. Oh, ik ben nog wel even bezig. Straks heb ik wel weer even tijd. Het was gewoon even hectisch.

Ho stop. We zijn nog maar net (nog maar even) van start gegaan en jij hebt zojuist twaalf keer het woordje ‘even’ gelezen.

Erg he?

Het is mijn stopwoordje geworden. Als ik luister hoevaak ik het gebruik, word ik even niet goed. (veertien)

Even dit. Even dat. Even zus. Even zo. Even! Dat is toch geen leven?

Moet ik je even helpen met je jas? Moment, even iets pakken. Kun jij intussen even..?

Als tekstschrijver is het mij een doorn in het oog. Maar je leest er zó overheen. Het is loze vulling. Gebakken lucht. Nutteloze informatie. Aargh!

Zeg dan niks.

Enfin.

Het is jou waarschijnlijk om het even, maar ik ga hier even iets op verzinnen.
(vierentwintig)

Plaats een reactie