Everybody’s Got to Learn Sometime

Laat ik niet verdrinken in sentiment.

Over muziek
Everybody's Got to Learn Sometime

Bij het horen van Everybody’s Got To Learn Sometime gaan mijn herinneringen automatisch terug naar de zomer van 1980.

Ik was tien jaar oud en mijn ouders waren net gescheiden. Met mijn vader en broer maakte ik in een camper een schitterende reis door Schotland. Ik hoorde dit liedje vaak voorbijkomen op de radio.

Hoe ik deze periode emotioneel heb volgehouden – geen idee. Maar ergens in de jaren zeventig raakte ik geobsedeerd door muziek – misschien was dat mijn reddingsboei. Ik zat de hele dag aan de radio gekluisterd en voelde me veilig in mijn binnenwereld van klanken, verhalen en fantasie. Dat was geen straf, want – zo schreef ik al eerder, bijvoorbeeld in mijn blogje over Steve Winwood – in die jaren was er op de radio zoveel moois te beleven.

De lezer heeft er weinig aan als ik louter in sentiment verval. Muziek is nu eenmaal persoonlijk. Bij sport kun je nog zeggen: deze dame was de snelste, of dit team heeft de meeste doelpunten gescoord. Maar in de muziek valt ’goed’ of ’slecht’ eenvoudigweg niet objectief te valideren. En misschien is dat maar beter ook. Inmiddels heb ik als geschoold musicus ook geleerd om een beetje afstand te nemen, zonder overigens ook maar iets van mijn kinderlijk enthousiasme te verliezen.

Wat blijkt: ook na analyse blijft Everybody’s Got To Learn Sometime fier overeind. Eerst maar even wat feiten. Deze tranentrekker is het enige nummer waarmee de Britse popgroep The Korgis noemenswaardig succes boekte. In de Nederlandse Top 40 haalde Everybody’s Got to Learn Sometime de elfde plaats.

Het liedje werd in minder dan een kwartier geschreven door zanger James Warren – zijn stem doet denken aan John Lennon. Producer David Lord arrangeerde de strijkers, die sterk bijdragen aan het dramatisch effect. Dat de hoge vocale uithalen pijnlijk eenzaam klinken versterkt de tekst.

Muzikaal zit de song goed in elkaar. De vorm, de dynamiek, de variatie en de harmonieën suggereren dezelfde boodschap: een ingehouden emotionele achtbaan.

Het instrument dat de solopartij speelt is geen viool of synthesizer maar een 18-snarige Chinese guzheng, een soort citer. Hij lijkt op een gitaar zonder hals. Je bespeelt hem zittend, plat voor je op een tafel of standaard, zoals een pedal steel. Mooi toch, kom je zelden tegen in de popmuziek.

Maar heel even over die tekst.

Change your heart, look around you / Change your heart, it will astound you / I need your loving, like the sunshine / Everybody’s gotta learn sometime

Meer is het niet.

Dat deze informatievoorziening wat aan de zuinige kant is, is nog zacht uitgedrukt. Geen plot, geen karakters, geen conflict. Een tekst zonder kop of staart. Daar moeten we het mee doen.

Wordt de persoon die bezongen wordt hier vriendelijk doch dringend verzocht zijn hart (m/v) te veranderen? Het woord ’loving’ laat er geen twijfel over bestaan: dit gaat over de liefde.

Everybody’s gotta learn sometime kan zowel slaan op diegene die het gebrek aan liefde moet incasseren, als op diegene die er zijn ogen voor sluit. Misschien nemen de Korgis voor het gemak aan dat de liefde verder geen handleiding of uitleg nodig heeft? Ik vraag me af wat mijn docent Nederlands zou vinden van deze mooiweer-poëzie.

Maar ook zonder diepgaande tekstuele analyse en zonder emotionele routebeschrijving blijft het een prachtig liedje, dat blijft hangen.

Een uitstekende graadmeter voor de kwaliteit van een compositie is de vraag of een liedje ook overeind blijft in een andere context – bijvoorbeeld gezongen door iemand anders of in een ander arrangement.

In dat opzicht verdient niet alleen het liedje, maar ook de uitvoering van Beck een groot compliment. Zelden werd met een cover de sfeer van het origineel geëvenaard, maar de eigenzinnige Amerikaan wist met zijn versie het liedje een hele nieuwe dimensie te geven. Chapeau.

Ook al is sentiment de reden – en dat mag bij muziek nou eenmaal – voor mij is Everybody’s Got to Learn Sometime een klassieker.




Plaats een reactie