Foto credit: © Alamy, met toestemming
In 1990, toen ik net in Leiden op kamers was gaan wonen, fietste ik vaak langs een tweedehandszaak naast café de Spons. Met een beetje geluk kon je daar voor een paar gulden hele goede jazzplaten kopen.
Op een dag kocht ik Aretha’s Gold, mijn eerste plaat van The Queen of Soul, die ik tot dat moment eigenlijk alleen kende van Think uit de film The Blues Brothers.
Er ging een wereld voor me open. Deze plaat zou maandenlang op de draaitafel blijven liggen van mijn nieuwe stereoinstallatie – blijven stáán, moet ik zeggen, want ik had een verticale Mitsubishi LT-10V draaitafel.
Wat een stem. Wat een liedjes. Wat een sound. Er is niet één ding wat ik goed vind, al kan ik honderd losse dingen noemen; het is alles bij elkaar. Rauw, swingend, diep. Zo goed. Zij is the real thing. Vond ik meteen. En dat vind ik nog.
Op de klanken van Aretha’s Gold poetste ik ’s ochtends dansend mijn tanden, smeerde ik ’s middags mijn boterhammetjes, maakte ik tussendoor mijn huiswerk en draaide ik ’s nachts mijn sjekkies.
Omdat ik de plaat zo vaak draaide, smolt haar muziek langzaam maar zeker samen met mijn leven. Hoor ik de muziek van Aretha, dan hoor ik het geluid van vrijheid, een nieuw leven, op eigen benen staan, nieuwe vrienden, nieuwe plaatsen en vooral veel nieuwe muziek.
De opkomst van de Queen of Soul
Voor haarzelf was vrijheid niet zo vanzelfsprekend.
Aretha Franklin (1942–2018) groeide op in Detroit – kijk, daar begint het al mee. Haar vader Clarence LaVaughn Franklin was een bekende dominee, die zijn boodschap over civil rights niet onder stoelen of bank stopte. Tijdens de tournees van haar vader begeleidde de jonge Aretha hem als pianist en achtergrondzangeres. Zo kreeg ze niet alleen de gospel en religieuze muziek met de paplepel ingegoten, ook het muzikantenbestaan en de sociale gevoeligheid.
Haar stem viel op en ze toonde ambitie. Vanaf 1961 timmerde ze aan de weg met jazz- en bluesplaten.
Franklins eerste huwelijk met Ted White, die ook haar manager was, werd overschaduwd door berichten over huiselijk geweld en alcoholverslavingen.
Ze heeft er nooit te koop mee gelopen, maar overduidelijk is dat Aretha Franklin in haar jonge jaren veel ellende heeft meegemaakt.
Doorbraak
Onder de vleugels van platenlabel Atlantic, waar ze tekende in 1966, kreeg zij – in tegenstelling tot haar periode bij Columbia – veel meer ruimte voor haar eigen stem, pianospel en muzikale ideeën. Dat zat vol van gospel en rhythm-and-blues.
Toen ze de jazz en blues losliet, kwam haar grote doorbraak: haar elfde album I Never Loved a Man the Way I Loved You (1967) sloeg in als een bom. Daarop stond ook de Otis Redding-cover Respect. Het leverde haar de titel ‘Queen of Soul’ op, een titel die niemand haar mee zou afnemen.
Think, dat ze in 1968 schreef met White, is een pamflet voor vrijheid en zelfbeschikking. Tot op de dag van vandaag wordt het nummer beschouwd als een volkslied voor feministen.
Ook haar tweede huwelijk strandde. Maar op het artistieke vlak had ze succes – tot diep in de jaren tachtig.
Ze zou altijd getekend zijn door het verleden, maar haar stem maakte wel hoorbaar hoeveel kracht, waardigheid en zelfbeschikking ze bezat.
Aretha schreef geschiedenis. Na de moord op Martin Luther King in 1968 zong ze Take My Hand, Precious Lord tijdens de dienst.
Een glimp van haar gospelverleden kun je zien in Amazing Grace, de film van de opnamen die Franklin in 1972 in een kerk in Los Angeles maakte. Ik ben elke keer enorm onder de indruk. Niet alleen van haar stem, maar ook van haar charisma – en natuurlijk alle heerlijk details eromheen: het koor, haar begeleiders, de sfeer. Ze is gospel.
Later zette ook Barack Obama haar op een voetstuk: Aretha Franklin trad op bij zijn inauguratie in 2009, waar ze My Country, ‘Tis of Thee zong.
Onderweg met Aretha
Fast forward. 22 jaar later rijd ik, middenin een verhuizing, door Utrecht, en rammel ik aan het dashboard van mijn auto: het batterijtje van mijn carkit heeft het begeven. Muziek uit mijn iPhone afspelen lukt niet meer.
Dan maar muziek afspelen zónder iPhone. In een verhuisdoos vind ik een paar cd’s. Zonder mijn blik op de weg te verliezen pak ik er eentje, en duw ‘m in de cd-speler van de auto. Het is Aretha’s Gold.
Het gevoel is er meteen weer. Jezus wat is dit goed. Het is zelfs nog beter dan ik dacht. Ik ken alle liedjes uit mijn hoofd. De koortjes, de drumfills, de adlibs van Aretha, de krakende Atlantic geluiden.
Wat een bandje! Wat een feest. En daar was het gevoel ook weer meteen: vrijheid.
Ik zing mee, trommel op het dashboard, zet het volume op tien en geef gas.
Wat in de auto weer als vrijheid klinkt, wordt in de beelden uit 1968 zichtbaar en lichamelijk in de beelden uit 1968, wanneer Franklin in Amsterdam optreedt. Achter de piano zit geen zangeres die zich inhoudt, maar een artiest die iedere noot naar zich toe trekt.
Aretha Franklin in het Concertgebouw, Amsterdam, 1968
In onderstaande YouTube-playlist staan beelden van het legendarische optreden van Aretha Franklin in het Concertgebouw (Amsterdam) in 1968. De tijd waarin er in het Concertgebouw nog wel eens grote pop-, rock- en jazzconcerten waren.
De Queen of Soul speelde de zaal he-le-maal plat. Het was rommelig. Zoals ze achter de piano zit, bijna te springen. Wat een stem, wat een spirit, wat een energie. Wat een muziek en iedereen wordt wild!
Geniet mee van de twaalf nummers in deze playlist. En probeer dan maar eens te blijven zitten.