Miss You

Als je nog niet weet dat het The Stones zijn, lijkt Miss You vooral op een middelmatig funkbandje dat The Meters probeert na te doen. Wat die zanger doet, is toch geen zingen; meer oversekst kwijlen in de microfoon. En is de drummer nu steeds te laat? Ze mogen wel eens repeteren.

Zo’n eerste indruk zegt ook niet alles.

Toen ik het vaker luisterde, draaide mijn oordeel 180 graden om en kon ik niet meer terug. De eerste keer dat ik het hoorde, had ik sowieso nog niet eens een mening. Wist ik veel; in 1978 was ik acht. Hoe dan ook was ik verkocht. Deze heren hebben serieus lol met elkaar. Die hard Rolling Stones-fans zullen me voor gek verklaren, maar veertig jaar later heeft Miss You nog steeds diezelfde hypnotische werking op mij als toen.

In maart 1977 ontstond het idee voor Miss You, toen Mick Jagger – die zelf graag discotheken bezocht – regelmatig ging jammen met Billy Preston. Ook de aanwezigheid van mondharmonicaspeler Sugar Blue is een mooi verhaal: iemand van de platenmaatschappij had hem horen spelen in de Newyorkse metro en nam hem mee naar studio. Een perfecte match. Saxofonist Mel Collins is ook van de partij; die kennen we van King Crimson.

Dan de tekst. Miss You beschrijft hoe je iemand kunt missen — niet zozeer letterlijk, maar meer de expressie ervan, het gevoel, de vibe. Of de songtekst van Mick Jagger nu autobiografisch is — dat hij zijn Bianca mist — blijft gissen. Zij dook destijds vaker op aan de zijde van Andy Warhol dan aan die van haar eigen man. Toen Miss You uitkwam waren ze al zowat gescheiden. In die tijd hield Mick supermodel Jerry Hall graag gezelschap. Misschien bezingt hij háár. Iemand missen én verliefd zijn hoeft natuurlijk niet over dezelfde vrouw te gaan. Of was het ‘missen’ cynisch bedoeld? Mijn theorie is dat het alleen over seks gaat. Enfin, we komen er nooit achter. Dat zijn we gewend van celebrities. Het intrigeert. Ook dát hoort bij entertainment.

Ondanks de rammelende onderdelen is Miss You gewoon een pompende feesttrein, een klassieke four-on-the-floor hit. Je voelt de magie. De gitaar die een beetje pijn doet. Die verslavend lekker gespeelde groove, die je gerust honderd keer achter elkaar kunt draaien, zonder dat het verveelt. En dat is een hele acceptabele definitie van goede muziek, nietwaar?

tom beek (c) hans reitzema

Tom Beek, saxofonist, webdesigner en tekstschrijver. Gezinskampioen tafeltennis. En alstie tijd over heeft ook fotograaf. Onregelmatig op Twitter en Instagram. Eindredacteur Jazz Bulletin.

Plaats een reactie