De zon in de liedjes van Randy Newman

Ik ben opgegroeid met de muziek van Randy Newman, zoals je opgroeit met je familie: je raakt eraan gehecht of je nu wilt of niet.

In mijn kleutertijd zat ik thuis vaak te tekenen aan de eettafel, terwijl ik naar muziek luisterde. Zon in de kamer, mama in de buurt, meer had ik niet nodig. Begeleid door de klanken van Good Old Boys fantaseerde ik over Amerika. Mijn vader had wel eens dia’s laten zien van zijn reizen naar Florida en San Francisco. In Nederland hadden we grachten, tulpen en molens, en in Amerika hadden ze wolkenkrabbers, pretparken en raketten. Alles leek daar wel tien keer zo groot. Het was altijd mooi weer en je moet er met een hele grote boot naartoe.

De man en vrouw op de lp-hoes van Good Old Boys kende ik niet. Maar ze hadden gemakkelijk vrienden van mijn ouders kunnen zijn; gezellig bij ons thuis, ’s avonds aan de eettafel. In 1975 was ik vijf en waren mijn ouders nog bij elkaar. Voor mij een tijd van harmonie. Achter de schermen was het helemaal niet zo harmonieus, maar dat wist ik toen nog niet.

Randy Newman

De liedjes van Randy Newman spreken tot de verbeelding — en nog steeds. Zijn stem, die warme, vanzelfsprekende klanken. Misschien vanwege zijn overzichtelijke muzikale keuzes: een piano, een stem, een drumstel en een paar plattelands-akkoorden die altijd goed afliepen. Zijn pianospel was misschien eenvoudig maar wel bijzonder effectief. Wat heb je nog meer nodig als als je alle klankkleuren tot je beschikking hebt om al die mooie, herkenbare liedjes te maken? Zo mooi ook met blazers en strijkers. Liefdevolle muziek — en altijd met een knipoog.

Veel later pas ontdekte ik dat Newman nog veel meer in huis had dan die vijf kampvuur-akkoorden. Met mijn geoefende oren hoorde ik alle details, zoals wrange orkestraties en moderne, gedurfde keuzes. Op sommige nummers heeft hij zelfs drie leden van The Eagles in zijn achtergrondkoortje. Ben je dan een koning of niet?

De zon in de muziek

De meeste onderwerpen waar op Good Old Boys over gezongen wordt, zijn helemaal niet zo gezellig. Randy Newman had een reputatie te verliezen op het gebied van satire en politiek engagement. Ook dat wist ik in 1975 nog niet. Misschien is dat wel de reden dat ik bij Newman niet door die dubbele laag kom. Het lukt mij niet om het — op papier zo beladen — liedje Birmingham anders te zien.

Als ik mijn ogen dicht doe, zie ik het gewoon vóór me: een man in een zonnig stadje, met zijn vrouw Marie en zijn hond Dan. Sprookje compleet. Niks meer aan doen. Ik sluit mijn ogen en ik warm mijn gezicht aan de zon in zijn muziek. Dan wil ik graag geloven in het Amerika waar alles mooi en groot is. Waar je ook groot mag dromen. Waar de lucht blauw is, waar de zon schijnt, waar alles kan, waar alles goed afloopt en waar je kunt autorijden tot aan de horizon.

Sentiment

Ik weet dat ik voorbijga aan de diepere lagen die Newman me voorhoudt. Het is eigenbelang. Mijn naïviteit wint van mijn cynisme — terwijl die bij Steely Dan prima met elkaar door één deur kunnen. Maar bij Newman speelt sentiment me parten: deze plaat is nu eenmaal verbonden aan iets heel dierbaars.

Misschien heb ik de muziek van Randy Newman wel nodig om dat ‘perfecte’ deel van mijn jeugd te herinneren. Misschien is de muziek mijn redding geweest en was het vluchten in een fantasiewereld een overlevingsstrategie. Misschien is dat precies waarom we muziek nodig hebben: om een fijne herinnering paraat te hebben die je mee kunt nemen naar het hier en nu. Als houvast. Misschien is muziek niet wat muziek zelf is (in dit geval: een stem en een paar instrumenten) maar datgene wat je er graag in hoort.

tom beek (c) hans reitzema

Tom Beek is saxofonist, schrijver, webdesigner en fotograaf. Regelmatig te vinden op Twitter en Instagram. Gek op jazz en koffie. Ruikt aan boeken.

Plaats een reactie