Inhoud
’Roken is cool’
Ergens op de middelbare school was ik begonnen met roken. Buiten, vlak voor de hoofdingang van het Stedelijk Gymnasium in Leiden. De andere rokers waren allemaal iets ouder. De geur trok me aan. Rokers hádden iets, iets rebels. Ze trokken zich nergens wat van aan. Ze hadden de leukste gesprekken en de beste grappen. Ik hield van jazz en in jazzboeken en films zag ik ook altijd mensen roken. Het was cool, karaktervol, mysterieus, spannend, volwassen. Allemaal dingen die ik wilde zijn.
Geleidelijk aan nam het roken bezit van me. Niet meer bietsen, maar zelf pakjes kopen. Even geld lenen omdat je anders zónder peuken zit. Stiekem roken. Op zoek gaan naar een tijd en een plek, alles om er maar eentje op te steken. Zelfs slapen vond ik zonde van de tijd, dan kon ik niet meer roken. Sigaretten en shag naast elkaar. ’s Ochtends bij de koffie, ’s middags bij de thee, ’s avonds bij het bier en ’s nachts naast de shoarma. Ik probeerde gewoon zo veel mogelijk te roken. Anderhalf pakje per dag, haalde ik makkelijk. Ik was er helemaal aan.
Roken was cool, karaktervol, mysterieus, spannend, volwassen. Allemaal dingen die ik wilde zijn
Van gewoonte naar schaamte
Mijn nieuwe identiteit bracht ook nieuwe gewoonten met zich mee. Ineens sprak ik wildvreemden aan, zonder schaamte, om een saffie te bietsen. Op mijn beurt deelde ik graag uit. Hoe wild of hoe vreemd andere rokers ook waren, ik voelde een speciale verbondenheid. Ik kon strakke sjekkies draaien – maar niet té strak natuurlijk. En mooie kringetjes blazen. En daar dan heel rebels bij kijken.
Gekke dingen waren er ook. Samen met vrienden een taxi bellen, die we dan vroegen om sigaretten te halen in een automaat aan de andere kant van de stad. Was midden in de nacht mijn pakje leeg, dan zocht ik in de asbak naar een halve peuk die ik misschien nog kon aansteken. Zo pafte ik jarenlang stevig door.
Langzaam zag ik anderen eraan kapotgaan. Hun huid en tanden zagen er slecht uit. Ze zorgden niet goed voor zichzelf. En vanaf een bepaalde leeftijd zien rokers er troosteloos uit – een angstaanjagend beeld. Ik voelde plaatsvervangende schaamte. Zo wilde ik niet eindigen.
Mijn studentenkamer stond permanent blauw, mijn kleren stonken en mijn longen had ik als saxofonist hard nodig voor hele andere dingen. Die pakjes kosten vreselijk veel geld (mijn eerste pakje Marlboro kostte 3,65 gulden). Aan de levensstijl begon ik steeds meer een hekel te krijgen. Ik wilde gezond zijn – je kunt niet gezond zijn én roken.
Stoppen met roken, maar hoe?
Dat stemmetje in mijn hoofd werd zo sterk, dat ik het niet meer kon negeren. Doorgaan was gewoon geen optie meer: stoppen was de enige goede richting. Maar het duurde nog maanden voordat ik rock bottom raakte.
Het is een mindfuck: stoppen met iets níet meer te doen
Ik was ziek van mezelf dat ik nog rookte. Niemand verplicht je om dat ding in je mond te stoppen. Zelfs als je het echt niet wilt, doe je het toch? Wat is dat voor raars. Waarom doen mensen dit zichzelf aan? Het is een mindfuck: stoppen met iets niet meer te doen. Mijn brein probeerde het te begrijpen. Ik wilde zo graag stoppen met roken maar kón het niet.
In de boekhandel vond ik een boek van Allen Carr. Kan nooit kwaad, dacht ik. Ik legde het op mijn bureau, zodat ik er eerst nog een paar dagen omheen kon lopen. Toen begon ik te lezen. ‘Tijdens het lezen van dit boek mag je gewoon blijven roken hoor.’ las ik en dat stelde mij gerust. Lezen was veilig.
Fysiek en mentaal verslaafd
Allen Carr zegt dat de rookverslaving twee elementen heeft. Allereerst een lichamelijke: het stofje dat in sigaretten zit zorgt ervoor dat je lichaam ogenblikkelijk naar de volgende sigaret verlangt op het moment dat je je sigaret uitmaakt. Het is sterker dan jezelf, net als chips – voor je het weet, is de zak leeg. Wat ooit begon als een onschuldige escape, een moment van rust, van even op adem komen, van stoom afblazen, was uitgegroeid tot een neurotische gewoonte om elke fakking seconde bezig te zijn met: wanneer mag ik de volgende sigaret?
Het tweede element: de mentale afhankelijkheid. Om je lichaam maar te geven wat het (denkt dat het) nodig heeft, ga je je (zonder dat je het zelf doorhebt) in allerlei bochten wringen die het voortzetten van het roken rechtvaardigen. Het gaat onbewust – en dat maakt het stoppen zo moeilijk.
Zolang je jezelf niet als verslaafde ziet, hoef je ook niet te veranderen
Zolang je brein jou vertelt dat het goed is, zul je nooit stoppen. Zolang je jezelf niet als verslaafde ziet, hoef je ook niet te veranderen – je bent ten slotte consistent.
De eerste stap
Toen leerde ik dat stoppen met roken vooral een kwestie is van niet beginnen. Op beslissende momenten moet je tijd winnen. Dat is de eerste stap.
Kost wat kost niet die eerste nemen. Het kost enige moeite, je doet het op je verstand. Je onderdrukt tijdelijk je lichamelijke behoefte. Maar die ebt uiteindelijk vanzelf weg. Snel daarna denk je: inderdaad, ik wil helemaal niet roken. En daarmee BAM, heb je het onder controle. Als je die eerste impuls kunt weerstaan, word je met de minuut sterker.
In die eerste moeilijke dagen daarna had ik veel steun aan de juiste woorden:
’Het is altijd beter om niet te roken’
Een lichamelijke verslaving kun je niet 1-2-3 veranderen. Dus moest ik een manier vinden om mijn brein te vertellen om iets niet te doen. Als iets mijn gedrag heeft veranderd, is het precies dat zinnetje. De brug tussen bewust en onbewust. Daardoor nam ik namelijk nooit meer die eerste.
Stoppen is: nooit meer beginnen
Zo ging het bij mij. Ik heb het boek van Allen Carr dichtgedaan (helemaal uitlezen hoefde niet) en daarna geen sigaret meer aangeraakt. Cold turkey.
Beste. Beslissing. Ever.
Mijn kleren roken weer fris, ik kon weer voluit en veel langer ademhalen, mijn huid begon er meteen beter uit te zien, ik zag en proefde meer, de melodieën op mijn saxofoon werden langer en klonken beter, ik voelde mijn lijf weer stromen.
Als ik dit schrijf is het twintig jaar geleden dat ik ben gestopt (op mijn 23e) en ik ben nog steeds blij en trots dat ik het tijdig heb doorbroken. En dat gun ik iedereen.

Twintig jaar, gefeliciteerd! Ik zit op de 18. Stopte cold turkey, omdat mijn vriendje destijds iets engs in zijn longen kreeg (en mij niet wilde zeggen wat exact). Roken mocht ie niet meer. Ik was solidair met hem. De eerste ochtend was ’t moeilijkst. Ik besloot direct uit bed in het buitenzwembad van zijn ouders te springen om te genieten van frisheid in plaats rooklucht. Dat lukte, het was eind oktober. Brrr. 🙂 Daarna was ik een niet-roker. Vriendje rookte de volgende dag alweer en was niet lang daarna ex-vriendje.
Ik vecht er nog steeds tegen… Of alweer… Wil zo graag vrij zijn!
Bij mij was pas mij derde serieuze poging succesvol. Eerst 11 maanden gestopt. Vervolgens 14 maanden. Uiteindelijk nu alweer 12 jaar zonder. Het voordeel van pas na meerdere pogingen succesvol stoppen is dat je leert van de keren waarop het niet lukte. Je herkent de valkuilen. Succes!
Afgelopen 5 december was dat voor mij 20 jaar geleden. (Door je verhaal ben ik gaan terugrekenen, want ben er nooit meer mee bezig geweest). Zonder moeite, want gemotiveerd. En nooit meer behoefte aan gehad.
Ik zit pas aan de 2,5 jaar (al is het me eerder eens 6 jaar gelukt – maar ja, scheiding en terugval). Ben door velen ooit Moeder Aller Rokers genoemd (2 pakjes p/d). Daarnaast nog blowen, want dat was (toen ik begon) ook stoer. Een paar maanden terug liep ik m’n eerste hele Marathon (in de jaren daarvoor had ik alleen al onmogelijk 4 uur zonder peuk kunnen zijn). Inderdaad Tom, beste beslissing ooit!
Fijn zeg. En heerlijk hè? Bij mij inmiddels ruim 24 jaar. En op dezelfde manier nu bijna drie jaar geleden ook gestopt met alle alcohol. Zo mogelijk nog fijner!
ik ben inmiddels 2 jaar gestopt en ben erg blij mee. Ik ben er ook achter gekomen dat het beste makkelijk is. ik ben destijds via https://nustoppen.nl gestopt. Daar heb ik met name geleerd dat roken een patroon is in mijn gedrag en dat je dat patroon moet doorbreken, aanpassen. Binnen 2 dagen gestopt en 0 behoefte.