Als Joss Stones’ debuutalbum The Soul Sessions in 2003 uitkomt, overtuigt de zangeres meteen. Pure soulmuziek zonder gedoe en tierelantijnen. En dat voor een zangeres van zestien jaar.
Haar producer, de legendarische Betty Wright, had samen met platenbaas Steve Greenberg (van S-Curve Records) bedacht om geen uitgemolken soul-covers uit het gouden soul- en R&B-tijdperk te spelen, maar wel van iets minder bekende artiesten Laura Lee, Bettye Swann en Sugar Billy.
Twee nummers komen zelfs uit een heel ander genre: The Chokin’ Kind, dat in 1967 bekend werd door countryzanger Waylon Jennings, en I Had a Dream van folkrockmuzikant John Sebastian uit 1970.
Arrangement
Fell in love with a boy is ook een uitzondering. Het origineel is van The White Stripes die het in 2001 uitbrachten als Fell in love with a girl. Het contrast tussen het origineel en deze remake van Joss Stone had niet groter kunnen zijn.
Voor de samenstelling van de begeleidingsband koos Wright voor musici uit haar eigen woonplaats Miami, mensen die ze kent en vertrouwt. Ze ademen soul: Benny Latimore, Little Beaver en Timmy Thomas. Voor de tracks Fell In Love With A Boy en Super Duper Love (Are You Diggin’ on Me?) vroeg ze The Roots. Tja, dan weet je nooit wie er precies meedoen; alleen Questlove en Black Thought hadden de afgelopen jaren een basisplaats.
Samen maakten ze van Fell In Love With A Boy een stijlvol arrangement. Met zowel lichtheid als mystiek. Gebouwd op een hook, een combinatie van de zang-riff (ah-ah-ah) en de baslijn. Eigenlijk heeft het één akkoord teveel om het funk te noemen. Toch lijkt het daar het meeste op.
Bassist van dienst is Adam Blackstone. Hem kun je gerust beschouwen als een van de wonderkinderen van de R&B-generatie. Hij ontwikkelde zich tot rechterhand van grootheden als Justin Timberlake, Pharrell, Jay-Z en Jill Scott. Een van zijn vaste gigs als MD is de muziek tijdens de finale van de World Series. Dan ben je een grote jongen.
Genadeloos
Op Fell in love with a boy stapt Blackstone in op deze heerlijke, rijdende trein met zijn Fender Deluxe basgitaar en deint hij mee, alsof hij er altijd al bij was.
Hij benadert het niet als de zoveelste studioklus. Hij laat de groove heerlijk stuiteren. Houdt niet in, vertraagt niet, versnelt niet. Nee: alles op tijd. Precies zoals het moet zijn. Helemaal erop en erin. And then some. Met boter en suiker.
De energie die uit zijn noten spreekt, dat is het helemaal. Noem het geloof, noem het levensvreugde. Er zit zóveel leven in die baspartij. Adam Blackstone heeft de sound, de time, de presence, het overzicht en de vrijheid. Hij dolt ermee. Maar ook weer niet teveel. Zoiets moet je aanvoelen.
Hoogtepunt is natuurlijk rond 1’35’, wanneer Blackstone het F7 akkoord alle hoeken van de kamer laat zien, zonder ook maar één keer de groove te verliezen. Genadeloos. Je snapt nu waarom hij een grote jongen is.
Er zijn overigens twee versies. Eentje met effect (die hoor je ook in de video) en eentje met veel minder effect (staat op de plaat).
Er zit niks anders op: herhalen, herhalen.
Nooit opgevallen.. maar idd super vet !