De kunst van het componeren

Of een nieuw nummer ráákt en blijft hangen, hangt random af van allemaal niet-muzikale, externe factoren.

Past de muziek wel bij de kleur van je nieuwe espressomachine? En wat nu, als de vibe van een zacht gezongen bossa nova geen match is bij de kalfslederen sleutelhanger van je nieuwe Audi e-tron GT quattro?

Hoe een liedje andermans hoofd inwandelt, daar heb je als artiest geen idee van – en geen invloed op. Áls je met je muziek überhaupt iemand bereikt. Want dat is allesbehalve zeker these days.

Wie bepaalt dat eigenlijk, of een liedje terechtkomt bij de ‘ideale’ doelgroep? (Als die al bestaat.) Welke algoritmes zitten er achter de radio, de playlists en Youtube? Het blijft gissen. De mensen die bij Spotify werken weten het zelf waarschijnlijk niet eens precies.

Terug naar de man cave.

De studio, het atelier, de studeerkamer, hoe je het ook noemt. Terug naar dat grote witte vel voor je neus, dat je uitdagend aankijkt, klaar om te worden beschilderd en beschreven.

Als ik niet in opdracht werk, zit er maar één ding op: ik maak de muziek waar ik zelf graag naar luister.

Dus als ik weer eens een nummer af heb, kijk ik ernaar als een koe die net een kalf heeft gebaard. Ik ruik er nog even aan, of alles goed is gegaan. Maar verder weet ik het ook niet, succes ermee. Op naar de volgende.

tom beek (c) hans reitzema

Tom Beek, saxofonist, tekstschrijver, webdesigner en fotograaf. Onregelmatig op Twitter en Instagram. Eindredacteur Jazz Bulletin. Nerd/helpdesk/detective. Gek op jazz, koffie en camera's. Ruikt aan boeken.

Plaats een reactie