Wie het werk van producer T-Bone Burnett kent, herkent de aanpak van een chef-kok: smaakvol en gedoseerd. Als geen ander is hij in staat om naar artiesten te luisteren. Hij stuurt, ondersteunt en bewaakt de kwaliteit van het verhaal. Alsof hij beter weet wie de artiesten zijn en wat zij nodig hebben, dan zij zelf. Of zoals Burnett zelf zegt: ’I don’t tell people what notes to play’. Dat deed bij Elvis Costello, John Mellencamp, Alison Krauss en Robert Plant. En in 2008 voor B.B. King en zijn 42e studio-album One Kind Favor.
De samenwerking tussen B.B. King (1925-2015) en Burnett is een schot in de roos. Allereerst het repertoire. Als connaisseur van de Amerikaanse muziekgeschiedenis heb je aan Burnett dan een goeie – een mooi voorbeeld daarvan is de soundtrack die hij in 2000 samenstelde van de film Brother Where Art Thou? Prachtig historisch materiaal voor de liefhebber. Ook One Kind Favor is een bloemlezing door het Amerikaanse blues- en roots- landschap. Met songs van Kings illustere voorgangers zoals Blind Lemon Jefferson, T-Bone Walker, Lonnie Johnson en Big Bill Broonzy.
Omdat hij zo goed gitaar speelt worden de zangkwaliteiten van B.B. King vaak onderbelicht. Ten onrechte, dacht Burnett – en dan ben ik met hem eens. Het zanggeluid van King is rauw en sterk, dat maakt zijn teksten 100% geloofwaardig en hij ritmisch bovendien oersterk. Een beetje zoals Louis Armstrong zingt: je kunt er niet omheen. Met zijn krachtige vibrato snijdt King overal doorheen en doet hij denken aan grote jazzcrooners zoals Jimmy Rushing en Billy Eckstine.
Een mooi detail: in tegenstelling tot zijn werk van de jaren daarvoor, zingt B.B. King op One Kind Favor geen enkel duet. Wat een verademing; hij blijft zelf het stralende middelpunt. En zijn begeleidingsband dienstbaar op de achtergrond – niet zomaar een band trouwens: met Dr. John op piano, en drummers Jim Keltner én Jay Bellerose. Muzikanten die de taal spreken. Over elk riedeltje is nagedacht. Geen noot teveel. Ze scheppen de voorwaarden om B.B. King te laten scheuren. Alles valt op zijn plek, zo mooi. Onder Burnetts vleugels klinkt B.B. King op zijn best: helder, rauw en raak.
Op One Kind Favor laat B.B. King zijn beroemde zwarte Gibson gitaar – liefkozend Lucille genoemd – ouderwets janken, piepen en kreunen als in haar beste dagen. Speciaal voor deze plaat haalde Burnett klassieke vintage buizenversterkers van stal: de Fender Tweed Deluxes, een Vibroverb en een Vibrolux. Die maken het gitaargeluid van Lucille extra gruizig en dik. Want als het niet een béétje pijn doet, is het geen blues.
Het album ademt de Mississippi swamp. Tijdens het luisteren waan je jezelf op een stoomboot, drijvend over de delta. De wind waait door je haren, en de verhalen van je gezelschap zijn nog sterker dan de drank. Maar One Kind Favor klinkt niet als een oude, rammelende lp van een vergeelde artiest uit een genre dat zijn beste tijd heeft gehad. Hij klinkt vorstelijk als zichzelf: chique en hi-fi tegelijk, versterkt door moderne opnametechnieken. The best of both worlds. Dat is voor een belangrijk deel de verdienste van audiofiel Burnett.
Met One Kind Favor won King in 2009 een Grammy voor ’Best Traditional Blues Album’ – zeer verdiend.