Mijn eerste optreden: The St. Louis Blues

Nadat ik een kwartier in de coulissen op mijn beurt had gewacht, was daar het intro van The St. Louis Blues. Mijn rol was te overzien: ik hoefde maar een klein stukje te spelen. Een stuk of twintig noten, dat was te doen, dacht ik. Uit mijn hoofd. Op mijn The Martin altsaxofoon met mijn Otto Link mondstuk. Het léék misschien wel wat, maar echt spelen kon ik nog niet. Überhaupt een toonladder produceren, daar was ik nog te wapperig voor. Maar het geluid van de saxofoon! Dat vond ik magisch. En nu stond ik zelf op een podium. Voor mensen te spelen!

Toen stapte ik naar voren. Vol in het tegenlicht van duizend enorme lampen. De hakken van mijn schoenen klakten zachtjes op de prachtige houten vloer. Klak-klak-klak. Middenin de broeierige stilte, gevuld met hoop en verwachtingen.

Een halve minuut later, nadat ik mijn eerste noten had gespeeld en mijn ergste zenuwen de baas was, keek ik even omhoog. Naar die grote, kolkende onzichtbare mensenmassa. Ik zag niemand, maar ik voelde alles. Je weet dat iedereen daar zit. En ik genoot intens van de St. Louis Blues.

DE MAGIE VAN THEATER

Zo ging ongeveer mijn aller-, allereerste optreden. Zoiets vergeet ik nooit meer. Het was in de Leidse Schouwburg, misschien wel de mooiste theaterzaal van Nederland. Wij speelden daar in 1985 met een handvol leerlingen en docenten van het Stedelijk Gymnasium de jaarlijkse schoolmusical. Die heette Het Vriendje.

In de ondergrondse gangen van de schouwburg renden tientallen kinderen kris-kras door elkaar heen, van de opwinding, druk zich te verkleden, of gewoon ergens in de hoek nog even hun teksten aan het oefenen. Uit alle klassen deden kinderen mee. Samenwerken na schooltijd verbroedert. Samen met docenten naar zoiets toewerken leidt tot onvergetelijke ervaringen en levenslange connecties.

En ik kan het weten of die zaal mooi is, want afgelopen dertig jaar heb ik bijna alle Nederlandse theaters gezien. De Leidse Schouwburg is niet te groot, niet te klein. Mooie akoestiek, prachtige vleugel, intieme sfeer. Mijn aandeel in de musical was zogezegd maar klein. De St. Louis Blues was een eenvoudig muzikaal duet met Maarten, een artistieke en charismatische zanger. Een vraag-en-antwoord blues die we bij elkaar improviseerden zonder duidelijke afspraak over lengte of vorm. Wat ik ook deed, hij maakte er wel wat van. Hoogtepunt van ons optreden was een dansje. Dat was toevallig ontstaan.

Het was ook de allereerste keer dat ik werd ondergedompeld in gejoel en applaus. De hoeveelheid dopamine die in mijn 15-jarige lichaam werd aangemaakt was enorm. Applaus is een soort overwinningsroes. Een warm bad van je geliefd voelen. Iedereen vond mij cool. Ook al had ik al die credits niet verdiend, vond ik zelf, maar ik voelde me toevallig wel geweldig. Mensen juichen en klappen niet omdat je er staat, maar omdat ze voelen dat je het probéért.

De echte sterren van de schoolmusical waren natuurlijk de acteurs, de regisseur en de decorbouwers, die al maanden bezig waren. Maar dat ging aan mij voorbij. Ik was king of the world want ik had opgetreden en succes gehad!

OPTREDEN

Als ik dit schrijf, kijk ik terug op meer dan dertig jaar, waarin ik van saxofoon spelen mijn beroep heb gemaakt. En ik ben inmiddels zo’n tienduizend optredens verder, heb ik wel eens uitgerekend. Wie had dat toen gedacht?

Deze week, op woensdag 31 mei 2017 speel ik weer in dezelfde zaal, met Mike Boddé. Het is de dernière van onze tournee. We eindigen onze voorstelling De Geurige Man altijd met de blues. Dat maakt de cirkel rond. Ik weet zeker: woensdag zie ik ook weer die houten vloer en die grote lampen op mijn hoofd. Zenuwachtig? Nauwelijks. Maar ik denk vast nog weer even terug aan die allereerste keer. En ik kijk vast weer even omhoog. Als u mij op het podium even omhoog ziet kijken, dan weet u dat ik geniet.

tom beek (c) hans reitzema

Tom Beek is saxofonist, schrijver, webdesigner en fotograaf. Regelmatig te vinden op Twitter en Instagram. Gek op jazz en koffie. Ruikt aan boeken.

Plaats een reactie