Waarom de Panasonic LX15 mijn favoriete camera is

Na muziek, schrijven en computers is het de zoveelste uit de hand gelopen hobby: fotografie.

‘Nog héél even jongens!’, roep ik regelmatig tegen mijn gezin dat weer eens op mij staat te wachten tijdens een wandeling, waarbij ik zonodig op de grond een bloem of een naaktslak moet fotograferen.

De bijbehorende obsessie is ook vrij hardnekkig: al ongeveer vijftien jaar ben ik op zoek de perfecte camera.

Onlangs kocht ik de Panasonic (Lumix) LX15. Zou de eeuwige zoektocht nu tot rust komen?

Minolta XD7 Nikon D80 Panasonic Lumix LX15 iPhone SE 2017

Zoomen met je benen

Mijn ontdekkingsreis in de wereld van het geschreven licht begon ongeveer in 2004 met de Nokia 6600, een van de eerste smartphones waar je foto’s mee kon maken. De kwaliteit was om te huilen, maar dat maakte niet uit. Op vakantie kocht ik omstreeks 2002 een kleine Sony reiscamera en kreeg er steeds meer lol in. Uiteindelijk kwam ik niet verder dan wat laffe kiekjes. Ik stapte over op een Panasonic FZ8 maar die stond alweer vrij snel daarna op Marktplaats. Het begin van een hardnekkige overtuiging: ik wist wat ik wilde en al kon ik zelf nog niet veel, een betere camera zou me toch zeker helpen!

Toen ik in 2007 een Nikon D40 kocht, kwam ik op stoom. Mijn eerste spiegelreflex. Eindelijk beeld met diepte! Omdat deze body geen motortje heeft om de lens mee te bedienen (autofocus) ruilde ik ‘m om voor een D80. Die had nog veel meer knoppen. Het ‘echte’ fotograferen kon beginnen! Licht, diafragma, sluitertijd, scherpte, perspectief, check. Door de automatische stand én de flits uit te zetten, en door aan alle wieltjes te draaien, leerde ik zelf steeds meer.

Eén van mijn eerste ontdekkingen was de kwaliteit van de lens — en hoe belangrijk die is. ‘Weg met de zoomlens!’, riep @ikbendaf mij toe, ‘gebruik een 50mm lens.’ Beste advies ooit. Sindsdien gebruik ik alleen lenzen met een vast brandpunt: zoomen doe ik met mijn benen. Dat heeft de hele manier waarop ik foto’s maak volledig veranderd.

Nikon d80 50mm f/1.8
Nikon D80 met 50mm ƒ1.8

Systeemcamera

Ik ontdekte Instagram en werd fanatiek. In 2011 spaarde ik voor een Fuji x100, zo’n prachtige retro-systeemcamera. Voor de kenners: ja precies, dat eerste model met alle kinderziektes. Ook eentje met een vaste lens (23mm). Wat mijn idool Henri Cartier-Bresson ook had, maar dan betaalbaarder van een Leica. Fuji staat bekend om de geweldige kleuren. Deze camera is gemakkelijk mee te nemen en de kwaliteit van de foto’s vond ik verbluffend. Nu kon het alleen nog maar aan mij liggen.

Van Else Kramer leerde ik foto’s bewerken in Lightroom. Alles in de goede volgorde. Foto’s bewerken doe ik nog steeds het liefst op mijn telefoon. Met iOS-apps zoals SnapSeed.

Van mijn vrouw leerde ik kiezen. Om er geen zoekplaatje van te maken. Even die lelijke prullenbak uit beeld halen, die leidt alleen maar af. En het werkte! Mijn foto’s werden beter. Duidelijker, sterker, rustiger.

Fuji x100 (2011)
Fuji X100 eerste generatie (2011)

Ik maakte meer foto’s dan ooit en af en toe kreeg ik zelfs een opdracht. Toch raakte ik gedemotiveerd door de veel te trage autofocus van de X100 en ik verkocht ‘m weer. Er kwam een grote Canon 5D mkI op mijn pad. Hoe mooi deze fullframe ook was, de kleuren waren flets, hij was traag en groot. Snel of onopvallend meenemen was geen optie. Mensen raakten geïntimideerd door zo’n toeter.

Ik ging op zoek naar iets draagbaars, een moderne camera waar je ook in scherptediepte mee kon filmen — want ik had video inmiddels ontdekt. Dat leidde me naar de Sony a5100 met een vaste 35mm ƒ/1.8 lens. Geweldig apparaatje en niet duur, het was tenslotte nog steeds hobby. De kleinste systeemcamera met verwisselbare lenzen. Een variant op de Fuji maar dan goedkoper, veel scherper en supersnel.

Premium compact

Al die tijd – laten we dat vooral niet vergeten — had ik ook mijn iPhone. Vanaf de allereerste lichting, dus al zo’n zes generaties. De iPhone is bijzonder belangrijk geweest voor de fotografie. Op Flickr neemt de iPhone al jaren de plek in van de meest gebruikte camera. Bijna zonder dat we het doorhadden, was de iPhone het voorbeeld van wat er in zo’n vijftien jaar tijd allemaal kan veranderen. Foto’s maken, foto’s bewerken, foto’s delen. Het was nog nooit zo makkelijk, zo snel. ‘Iedereen is fotograaf’, zou je denken. Is natuurlijk niet zo. Maar sinds de iPhone staat de hele fotografiewereld continu op zijn kop. ‘De beste camera is de camera die je bij je hebt’ is niet voor niets een bekende spreuk uit de fotografie. Zó waar: wat heb je tenslotte aan een mooi moment als je je camera niet bij je hebt? De iPhone wint, want die heb je altijd bij je.

Door de dikke lens was mijn Sony helaas niet draagbaar genoeg en daardoor ook kwetsbaar. Enigszins vermoeid door het zoveelste kruispunt op mijn pad, kocht ik in december de Panasonic LX15 (Lumix) zonder al te hoge verwachtingen. Deze premium compact lag niet lekker in de hand, kreeg geen hemelbestormende reviews en had verder een vrij sexloos uiterlijk. Belangrijkste redenen om het wél te doen: supergoede lens (max ƒ/1.4) en DRAAGBAAR. Het ding kan altijd mee in een broek- of jaszak. Verder gewoon een moderne, snelle camera met WiFi. Hup, zei ik tegen mezelf, foto’s maken en niet meer zeuren. Aan de spullen ligt het niet. Je hebt nu alles gehad. Een goede zet!

smartphone iPhone fotografie
De iPhone heb je altijd op zak

Specs

Sensor? Heel belangrijk. De LX15 heeft slechts een 1″ sensor. Dat is een compromis. Tegenwoordig is een APS-C sensor heel betaalbaar. Behalve als je van plan bent om regelmatig A0 posters te laten printen, zou ik me niet teveel zorgen maken over de sensor. Maak je eerder druk over het kwaliteitsverlies dat er optreedt wanneer je je foto’s ergens uploadt.

Pixels? Tuurlijk, heel belangrijk. Welke camera heeft er nog weinig pixels? Ja de LX100. Maar de kwaliteit van de sensor is nog altijd belangrijker. Want ook al zijn het er misschien geen 45 miljoen, laten het dan goede pixels zijn.

Scherm? Zo’n uitklapbaar scherm is handig. Maar soms ook niet. Een zoeker is fijn, maar die neemt ook ruimte in. En dat gaat weer ten koste van de draagbaarheid — één van mijn zwaarst wegende eisen. Vloggen doe ik niet. De zoeker van de Fuji is overigens onovertroffen!

Video? Daarin word je door de LX15 voortreffelijk bediend. Met superscherpe 4K en die prachtige lichtsterke lens. Opnametijd is dan wel beperkt. Ook moet je rekening houden met een crop zodra je gaat filmen.

Macro? De LX15 fotografeert al vanaf ongeveer 1 cm, dat is dichterbij dan de concurrenten (de Sony’s, de Canon g7xii). Bokeh is prachtig. De lens is zo lichtsterk dat je ‘m moet afremmen.

Menu’s Eén van de nadelen van de Sony vond ik het eindeloos digitaal scrollen door menu’s. Dat is bij de Panasonic ook. Maar die heeft veel Fn knoppen, die je zelf kunt toewijzen. Als je er handig mee bent, werkt het prima en snel. En ik vond de menu’s van de Panasonic logischer opgebouwd. Kwestie van voorkeur.

Ontdekkingsreis

Het is een cliché: dat eeuwige zoeken naar het ultieme gereedschap. Wat wil je ook, met zo’n verslavend aanbod these days? Hoe goed je gadget ook is, er is altijd een betere, een snellere of eentje met een nóg hogere resolutie. Toch zie ik het als een ontdekkingsreis. Door veel te proberen en te zoeken heb ik juist zoveel geleerd. Hebben is leuk, maar het doen, daar gaat het om. En hoe beter je erin wordt, hoe leuker het is. En nu ben ik blij. Maar voor hoelang?

Wordt vervolgd.

Panasonic Lumix LX15
Panasonic Lumix LX15 (LX10)
tom beek (c) hans reitzema

Tom Beek is saxofonist, tekstschrijver, WordPress specialist, doet foto/video en ontwerp. Regelmatig te vinden op Twitter en Instagram. Gek op jazz en koffie. Ruikt aan boeken.

Plaats een reactie